Een werkneemster van een kinderdagverblijf ondervindt al jaren klachten aan haar schouders en rug als gevolg van haar grote borsten. Zij krijgt van haar huisarts een verwijzing voor plastische chirurgie en laat haar werkgever weten dat ze een borstverkleining zal ondergaan in Turkije. Ook bezoekt ze preventief de bedrijfsarts.
Loonstopzetting
De werkgever maakt bekend de loondoorbetaling te zullen staken als de vrouw zich vanwege de ingreep ziekmeldt. Zij stelt dat de werknemer zelf voor deze cosmetische ingreep in het buitenland kiest en dat hier geen medische noodzaak voor is. Hierdoor komen de gevolgen van het niet werken voor, tijdens en na de ingreep voor haar rekening.
Na de borstverkleining in Turkije meldt de vrouw zich ziek. De werkgever stopt per direct met het betalen van het loon. Volgens de werkgever komt het niet werken voor rekening van de werkneemster en is er sprake van opzettelijk veroorzaakte ziekte. Door er voor te kiezen om met (ernstig) overgewicht en zonder medische indicatie naar het buitenland te vertrekken om daar een borstverkleining te ondergaan zou er volgens de werkgever zekerheidsbewustzijn bij de vrouw aanwezig zijn wat maakt dat er sprake zou zijn van opzettelijk veroorzaakte ziekte.
Opvallend detail: de bedrijfsarts oordeelt na de ingreep dat de vrouw niet kan werken vanwege medische redenen.
Kort geding
De werkneemster spant een kort geding aan tegen haar werkgever waarbij ze loondoorbetaling vordert. Zij stelt dat ze hier recht op heeft omdat ze ziek is en om die reden niet kan werken. Daarnaast vordert ze een wettelijke verhoging van 50% over haar loon.
De rechter moet zich in deze procedure buigen over de vraag of de arbeidsongeschiktheid met opzet is veroorzaakt en of de vrouw om die reden geen aanspraak kan maken op loon.
Beslissing kantonrechter
Volgens de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam heeft de vrouw de ziekte niet bewust veroorzaakt en al helemaal niet met het doel om arbeidsongeschiktheid teweeg te brengen (en hierdoor haar werkgever te benadelen). Daarnaast toont het medisch dossier van de vrouw aan dat er al langere tijd sprake is van medische klachten die verband houden met de borstomvang en dat zij door haar huisarts is doorverwezen. Uit het journaal van de huisarts blijkt ook dat de aanpak tot dan toe niet tot een oplossing heeft geleid.
De kantonrechter oordeelt dat er voldoende medische aanleiding was om de borstverkleining te ondergaan. De vrouw koos voor deze ingreep met de insteek dat haar klachten zouden afnemen en niet om arbeidsongeschikt te worden. Zij heeft de ziekte dan ook niet met opzet veroorzaakt waardoor de gevolgen van de cosmetische ingreep niet voor eigen risico en rekening behoren te komen. Dit maakt dat de werkgever het loon èn een wettelijke verhoging moet (door)betalen. De wettige verhoging matigt de kantonrechter wel tot 25% van het loon.
Wetsartikelen
Artikel 7:629 lid 1 BW
Artikel 7:629 lid 3a BW
Artikel 7:628 lid 1 BW
Artikel 7:625 BW
Uitspraak: ECLI:NL:RBROT:2022:6691